De Wilde Infra- en Cultuurtechniek schuwt geen uitdaging: de enige weg is vooruit.
Het Energieloket voor bedrijven gaat op pad langs duurzame ondernemers in de regio. Vandaag zitten we met Allard de Wilde, eigenaar van De Wilde Infra- en Cultuurtechniek, en Cor van Reeuwijk, technisch adviseur. De Wilde doet groen- en grondonderhoud, infrastructuur en sloopwerk, met name in de regio Haarlemmermeer. Daarnaast schuwt Allard geen uitdaging: hij is constant aan het vernieuwen op gebied van duurzaamheid en techniek, met het advies van Cor. Daar gaan we vandaag over in gesprek.
Allard de Wilde en Cor van Reeuwijk bij de laadpalen en batterijopslag (Ampowr) van De Wilde.
Even voorstellen: Allard en Cor
Allard: Ik ben sinds 2018 eigenaar van dit mooie bedrijf. Mijn vader heeft De Wilde opgericht, en ik heb het van hem overgenomen. Ik ben dus tweede generatie eigenaar.
Cor: Ik ben de buurman! Ik zat hier op school nog met jouw [Allard’s] vader. Ik ben een klankbord voor Allard, voor al zijn ambities als ondernemer. Ik vind alle vormen van innovatie leuk, en heb ook altijd gewerkt met bedrijven die zich bezighouden met innovatie. Ooit ben ik bij Centrum voor Duurzaamheid Haarlemmermeer [voormalig: NMCX, moederstichting van het Energieloket] energie-ambassadeur geweest. In die tijd kon je subsidie krijgen op drie paneeltjes van 200 Watt per stuk met een omvormer. Je kon ze zelf op je dak leggen, en als de zon scheen, dan zag je de meter teruglopen. Dat was natuurlijk een sensatie: dat liet je aan mensen thuis zien.
Allard: toen ik jou benaderde had je ook al een duurzaamheidsproject ergens gedaan, toch?
Cor: Ja, dat was tijdens corona. Toen werd ik gebeld door een uitzendbureau met de vraag of ik een project in Andijk wilde doen, bij waterbedrijf PWN, met 600 panelen. Ja, ik had al eens ergens 100 panelen geplaatst, dus dat kon ik wel. Maar toen ik daar kwam, bleek het om 6000 panelen op land te gaan. Ook liep daar een uniek project met drie eilanden van elk 4500 zonnepanelen die met de zon meedraaiden: die moesten bij windkracht 12 nog werken, en dat in een drinkwaterbasin.
"Hoe blijf je toekomstbestendig met elkaar? De gedachte erachter is dat je toch een stukje rentmeesterschap over de aarde hebt.”
Allard de Wilde
Wat doet De Wilde Infra- en Cultuurtechniek?
Allard: Het bedrijf doet het onderhoud van het Haarlemmermeerse Bos, de Toolenburgerplas, en lokale sportvelden, maar bijvoorbeeld ook de reconstructie van woonwijken, recentelijk in Badhoevedorp, het saneren van grond, en het aanleggen van riolen. Neem nou sportveldonderhoud: wij maaien, beluchten en bezanden, zodat de afwatering goed is.
Op welke manieren zet De Wilde zich in voor innovatie en verduurzaming?
Allard: Dit is een organisatie waar dingen soms gewoon gebeuren. Je moet als ondernemer ook niet te veel achterlopen. Neem de kilverbak bijvoorbeeld: dat is een machine waarmee je land- en sportvelden kan egaliseren. Wij waren één van de eersten die daarvoor met GPS/satellieten werkten. Die maken een 3D model van het vlak.
Het kantoor is recentelijk gerenoveerd, toen is de verlichting vervangen, een lucht-lucht warmtepomp geplaatst, en een warmte-terugwinsysteem in de ventilatie. Daarnaast is de dakconstructie verzwaard, zodat we zonnepanelen konden plaatsen. We gebruiken HVO100 als duurzame diesel, en ongeveer 5% van ons machinepark is elektrisch: dat zijn elektrische auto’s, maar ook machines zoals stampertjes. We hebben ook batterijen, en krijgen een snellader.
Het kantoor van De Wilde
Het interieur van het kantoor
Zo willen we ook niet achterlopen met elektrische machines en vervoer, al is dat wel lastig. Een trekker of kraantje op een sportveld moet niet te zwaar zijn—en elektrische wagens zijn zwaar—en ze zijn beperkter in hoelang ze kunnen werken. Als je gewend bent dat je kraan tien uur lang doorwerkt, en je elektrische kraan is na zeven uur leeg, dan is dat een uitdaging.
Cor: Je hoort in de branche veel over waterstof, maar alle grote merken zetten toch in op elektrisch. Toch is er ook veel innovatie. In Helmond doen ze iets met mierenzuur, in Delft verbranden ze met ijzeroxide. Je kan het zo gek niet verzinnen.
Allard: Je moet als bedrijf wel opletten dat je de meest effectieve route voor je bedrijf kiest.
Hoelang geleden zijn jullie begonnen met elektrische machines inkopen?
Machines in de loods van De Wilde met het verstevigde dak
Machines op het buitenterrein; je ziet de zonnepanelen op het dak van de loods.
Allard: Ik denk dat we ons eerste kraantje in 2019 hebben gekocht.
Cor: we zien dat we binnen de brancheorganisatie wel een voorloper zijn.
Kunnen jullie wat vertellen over de elektrische machines en vervoer?
Allard: We hebben vrachtwagens, trekkers, kranen, shovels, al dat soort gereedschap, maar ook voertuigen om mensen te vervoeren. Vijf procent ofzo is elektrisch. Dat is niet veel, want het is duur en staat echt in de kinderschoenen. Een auto gaat goed, maar de machines werken minder lang: we zijn gewend om negen of tien uur te kunnen werken, maar een elektrische kraan is na acht uur leeg, en in de vrieskou wordt dat ineens zeven uur. Die stroom moeten we ook op locatie krijgen. Dat is best een puzzel.
Cor: Peter van Tegenstroom, die ken ik nog van vrijwilligerswerk en heeft ons geholpen een mobiele DC-lader van 40kW te koppelen. Op afstand kun je deze lader weer in ons back-end systeem zien. Dus ook tijdens externe klussen weten we hoeveel en wanneer er daar is geladen. Maar als je ergens een project hebt zonder stroomaansluiting, dan zetten we een accubox neer.
Allard: De grootste uitdaging met elektrisch werken is: hoe krijg je de stroom op je werk? Een aansluiting aanvragen duurt veel te lang.
De nieuwe snellader (via Blue Marble Charging) op een zonnige winterdag. Blue Marble Charging heeft ook het laadplein in Hoofddorp centrum verzorgd.
Cor: Een voorbeeld is onze nieuwste snellader. We hadden meer dan een jaar geleden er een gekocht van een Amerikaans bedrijf dat ook in koppelingen van vrachtwagens en trekkers zit, een grote club. Toen kwam Trump aan de macht, en die leverancier stopte meteen. Lader ging niet meer geleverd worden. Terwijl wij een contract hadden. Gelukkig is het nu rond met een andere leverancier en staat hij hier sinds eind vorig jaar.
Gaat die techniek wel vooruit?
Cor: Er zijn kranen uit Korea waar de dieselmotor eruit wordt gehaald, door een bedrijf in Waddinxveen, en de kraan wordt geëlektrificeerd met technologie van oudere auto’s. Dus die zitten nog op de technologie van vijf, zes jaar geleden.
Allard: het duurde een jaar voordat we een machine kregen, en die kan dus niet snelladen, en daar loop je nu tegenaan. De nieuwe variant kan dat wel, maar wij krijgen geen update voor onze machine.
Hoe zijn jullie er zo bijgekomen om te verduurzamen?
Het interne systeem; de omvormers
De omvormers en andere elektra
Allard: Wij vinden het wel belangrijk om te kijken naar hoe we toekomstbestendig blijven met zijn allen. Veel van onze opdrachtgevers hebben regels voor circulariteit en dagen ons uit om milieuvriendelijk in te kopen, bijvoorbeeld. Daarmee kan je je onderscheiden, dus een jaar of drie geleden dacht ik, ik wil wel wat zonnepanelen. Toen zijn we erin gedoken, met Cor. Eerst hebben we nog de hoofdaansluiting verzwaard van de 65 naar de 80 ampère, en hebben we een eerste fase zonnepanelen erop gelegd.
Cor: 276 stuks. De eerste fase zat geen subsidie op, alleen de standaard financiële voordelen: de energie-investeringsaftrek en de kleinschaligheidsaftrek. Voor de tweede fase hadden we de SDE++ subsidie.
Allard: Er kwamen ook meer subsidies voor elektrische machines, en meer aanbestedingen.
Cor: Toen kwam er een adviseur van onze brancheorganisatie, die zei: ‘veel mensen investeren in machines, maar vergeten het laden. Als je geen stroom hebt, heb je ook niks aan de machine!’. Toen zijn we gaan kijken of we toch konen verzwaren, voor drie keer 250 Ampère, en dat kregen we net voor elkaar, want veertien dagen later kwam er vanuit Liander een stop op verzwaringen.
Allard: En toen hebben we meteen het dak geïsoleerd en de constructie verzwaard.
Cor: maar eigenlijk is het veel eerder begonnen, want zo’n twaalf jaar geleden, toen ik een korte periode managementondersteuning heb gegeven, zijn wij in de CO2-prestatieladder gestapt. Wat ik leuk vind aan die ladder is dat het heel concreet is: je moet inventariseren wat je CO2-uitstoot is en een duidelijke ambitie neerleggen voor wat je de komende jaren gaat waarmaken. Dat was de eerste stap.
Allard: Het kost wel een paar duizend euro om alles elk jaar te laten auditen, maar ik kom die ladder nog steeds tegen. Zo krijg je een fictieve korting op je aanbestedingsinschrijving aan de hand van welke trede op de CO2-prestatieladder je staat: wij staan op trede 5.
Wat hebben jullie moeten doen om trede 5 op de CO2-prestatieladder te bereiken?
Allard: Dat ging om het inzichtelijk maken, in de eerste instantie, en dan besluiten hoe je je uitstoot op termijn gaat verminderen.
Cor: We hebben alle apparaten in het kantoor aan een meetapparaatje gehangen. Elke computer, ieder koffieapparaat. Meten en weten waar het zit—daar begin je mee.
Allard: Uiteindelijk vang je veel op door het tijdig vervangen door efficiëntere apparatuur en machines.
Cor: En nu gaat het natuurlijk om elektrificatie.
Allard: Op een gegeven moment moest je kantoor ook energielabel C hebben. Die auditor liep toen ook door de schuur heen, en zei, ‘Over een paar jaar gaan ze ook naar je loods kijken’. Toen hebben we ook maar dat dak geïsoleerd, naast de verzwaring en zonnepanelen. Anders moeten we het over een paar jaar weer allemaal eruit halen.
Cor: Als je toch zoveel geld op je dak gaat leggen, moet het ook lang meegaan.
Allard: Het is heel complex, en ik vind het zelf interessant, maar de factor tijd ontbrak bij mij. Dus ik ging naar Cor. Als je offertes opvraagt heeft iedereen een mooi verhaal: maar wat past uiteindelijk bij de organisatie, wat hebben wij nodig nu en in de toekomst, en wat zijn de gevolgen?
Meten jullie nu ook, met een energie management systeem?
Allard: Wij hebben een energiemanagementsysteem.
Onze energiehandelaar is een Gronings bedrijf genaamd Repowered, en doet in- en verkoop op diverse energiemarkten. Zij hebben een directe verbinding met alles hier. Aan de hand van algoritmes worden zonnepanelen aan- en uitgezet, en worden accu’s geladen en ontladen.
Wij wilden een one-stop-shop (leverancier) hebben voor de accu’s, laadplein en zonnepanelen. Want dat moet allemaal met elkaar communiceren. Iedere verkoper zegt dan ‘dat gaat wel, alles kan’. Maar dan staat het er, ga je laden, en knalt het licht eruit. Onze keuze is gevallen op een bedrijf uit Barneveld, Energyshift.
Cor: Wij waren gecharmeerd van hun projectleider: het is heel belangrijk dat je goed communiceert, en daar zat iemand die elke vrijdag consequent een realistische update gaf. Een hoop mensen hebben een goed verhaal, maar uiteindelijk gaat het ook om de feiten.
Onze brancheorganisatie Cumela is ook sterk op beleid en politiek. Zij weten waar de overheid naartoe wil, en oefenen invloed uit. Bij de SPRILA-subsidie bijvoorbeeld voor laadpleinen, deden zij mee aan de consultancy ronde. Dan vind je zinnig commentaar van aannemers en vervoerbedrijven terug. Het RVO is ook zo: als je een vraag hebt, dan bel je hen, en komen ze met een gefundeerd antwoord. Dat zoek ik: organisaties die echt wat doen.
Cor: Wij hebben voor de andere verbruikers, zoals het kantoor en werkplaats, toen die SON-subsidie aangevraagd bij de provincie. Komende maand gaan we een monitoringsysteem installeren met het doel de netcongestie te verminderen
Wat drijft jullie nu om zo actief mee te doen met verduurzaming, ondanks alle uitdagingen?
Allard: We kunnen allemaal wel zeggen dat er niets aan de hand is maar er gebeuren nu wel iets andere dingen tegenwoordig, dus het is wel goed om te kijken: hoe blijf je toekomstbestendig met elkaar? De gedachte erachter is dat je toch een stukje rentmeesterschap over de aarde hebt.
Cor: De kracht van deze branche is niet lullen maar poetsen. Niet te lang praten, er moet werk gedaan worden. Soms staat dat op gespannen voet met toekomstfilosofie. Er zijn best wat mensen terughoudend. Er is een gezonde aversie.
Allard: De eerste elektrische auto ben ik zelf gaan rijden, zodat ik wist hoe het zat. Mensen zijn bang, maar ze moeten het ervaren, dan zien ze dat het ook wel kan.
Cor: Je krijgt niet meteen de handen op elkaar, je moet wat zendelingenwerk doen bij je eigen bedrijf.
Allard: Ik leg uit dat als we het niet doen, we niet meer meedoen in onze regio, en dat begrijpen ze wel. De boerenprotesten noem ik regelmatig. Je kan wel je kop in het zand steken of helemaal uit je dak gaan, maar uiteindelijk zijn die regels al bepaald en links of rechtsom zolang je hier gaat wonen en werken, krijg je ermee te maken. Ik snap de emotie, maar we moeten overstappen. Langzaamaan, niet te snel.
Cor: Allard maakt dit soort strategische keuzes. Dat is nou typisch ondernemen. Zorgen dat het wel kan. Niet praten maar doorpakken.