Bij JdB Groep in Hoofddorp zit duurzaamheid in het DNA: “We doen het gewoon”.
Het Energieloket voor bedrijven gaat op pad langs duurzame ondernemers in de regio. Wij gaan langs bij JdB Groep, een Haarlemmermeers familiebedrijf dat gericht is op de handel en aannemerij van grondstromen. Nog voordat de term 'circulariteit' gangbaar werd in de bedrijfswereld, had JdB groep het begrip al volledig in de bedrijfsvoering vervlochten. Duurzaamheid is geen bewuste groene strategie, maar een logisch onderdeel van de bedrijfsvoering. We gaan in gesprek met operationeel directeur Onno Jansen: “We zijn best nuchter. We doen het gewoon."
Onno met de lader bij een elektrische wagen. Fotografie door Jur Engelchor.
Goedemiddag, Onno! Zou jij jezelf kunnen voorstellen?
Ik ben Onno, en sinds 3 jaar operationeel directeur. Ik ga over de structurering van het bedrijf, maar ben ook veel bezig met de praktische zaken. Hiervoor was ik betrokken bij de Raad van Advies. Van een afstand is het altijd makkelijker. Vanuit mijn huidige rol is de uitdaging om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen. We hebben gelukkig een goed team met verschillende takken en meerdere projectleiders en eindverantwoordelijken.
Wat doet JdB Groep?
Bij JdB Groep, opgericht door Johannes den Breejen, zijn we al 80 jaar grondleggers van een betere leefomgeving. Wij hebben locaties in Hoofddorp en Soest, en depots in Soest, Vianen, Kudelstaart en Nieuwveen, waar wij werken met grond. Grondstromen komen vrij uit een bouwput omdat ze daar overbodig zijn. En dan moet er weer nieuwe grond worden aangevoerd. Wij doen de afgraving, het reinigen van die grond en hergebruiken het vervolgens in een ander project. Wij trachten die aan- en afvoer zo kort mogelijk te houden en de kwaliteitsklassen zo hoog mogelijk.
Het reinigen vindt doorgaans plaats in onze depots, waar we asbest en puin uit de grond zeven met als doel een zo homogeen mogelijke grond te krijgen.
Bij het afgraven komen we meerdere lagen tegen. De bovenste laag grond is de leeflaag; daarin zit bijvoorbeeld hout, puin, en plastic dat met de tijd daarin is vermengd. Zo'n vijftig centimeter verder zit veen of klei, of in sommige gebieden direct zand. Veen wordt gebruikt om bodem voedingsrijker te maken, klei wordt bijvoorbeeld gebruikt ter versteviging van dijken, en zand wordt gebruikt in ondergronden.
Als er bijvoorbeeld een stukje groen naast een weg moet komen, dan is het streepje grond dat je ziet niet genoeg voor een boom om te wortelen. Je hebt ongeveer de kruin van een boom aan grond eromheen nodig. Wij gebruiken lavasteen gemengd met voedingsrijk veen uit onze reststromen. Het wegdek ligt op steen en verzakt niet, en de wortels kunnen toch groeien. Zo hebben wij verschillende stromen aan grond, met verschillende toepassingen en bestemmingen.
De elektrische wagens van JdB Groep
Circulariteit is dus al onderdeel van jullie bedrijfsvoering.
Veel van hoe het vroeger gebeurde, gebeurt nu nog steeds op dezelfde manier. Het hergebruiken van grondstoffen was initieel geen actie vanuit duurzaamheid maar vanuit een handelsoogpunt: zo gaat er veel minder verloren en bespaar je. Want, hé, als je die handelsstromen zo zuiver mogelijk krijgt, met name die grondstromen, dan kan je daar producten mee maken en dan heeft het waarde voor de markt. De realisatie dat het ook duurzamer is, is denk ik pas later gekomen.
Eigenlijk weten onze kraanmachinisten niet anders dan te scheiden bij de bron. Hoe beter zij ontgraven, hoe homogener je product, en hoe minder je vervolgens hoeft te zeven.
Een deel van ons onderscheidend vermogen en daarmee verdienmodel is dat wij dergelijke mogelijkheden hebben om de stroom zo zuiver mogelijk te krijgen, waardoor de eindverwerking zo goedkoop mogelijk is. Je moet slim omgaan met zeven. Soms krijg je het niet perfect, maar kan de grond toch ergens voor dienen. Bij iedere grond kijken we opnieuw naar de beste aanpak. Het uitgangspunt is om zo min mogelijk te storten.
Bij onze locatie in Soest nemen we ook veel groen in. Wij maken daar geklepeld takhout van, een ondergrond voor tijdelijke rijbanen op zachte ondergronden zoals weilanden, zodat de rijplaten niet in het gras verzakken en daarbij de ondergrond beschadigen.
Ook hebben wij een duingebied in Noord-Holland hersteld dat zwaar vervuild was door pesticiden. Een nabij meertje in Vogelenzang dat echt compleet volgereden was met huisvuil van een camping uit de jaren 70, hebben wij volledig afgegraven en gezeefd. Alle plastics en ijzer hebben wij eruit gescheiden en afgevoerd. Het natuurgebied is nu weer hersteld.
Handel is één onderdeel van ons bedrijf, het andere onderdeel is aannemerij. In de huidige economie is er veel aanbod binnen de aannemerij. Nieuwe projecten krijgen is geen probleem. Maar wat je afspreekt, moet je nakomen. Een project van A tot Z goed uitvoeren en de juiste mensen op juiste plekken zetten? Dat is de uitdaging.
De elektra
Wij begrijpen dat jullie ook mensen in dienst nemen met afstand tot de arbeidsmarkt. Hoe is dat ontstaan?
Dat is gewoon intrinsiek. Gewoon vanuit de overtuiging dat je er voor de omgeving moet zijn. We hebben 150 mensen in dienst, en inderdaad ook mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Het is ook helemaal niet interessant om te kijken naar wat mensen niet kunnen; we kijken naar wat mensen wél kunnen.
Jullie doen dus eigenlijk al heel veel, zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn.
We zijn best nuchter. We moeten het toch doen, dus dan doen we het gewoon.
Wat hebben jullie al ondernomen op het gebied van energie en verduurzaming in jullie panden?
We hebben zonnepanelen op onze gebouwen in Hoofddorp, Soest en Nieuwveen. Maar de zon schijnt het vaakst wanneer wij rijden, niet wanneer wij laden. Op het terrein in Hoofddorp hebben we geluk met de energiehub van SADC: het net is vrij nieuw en alles is om die blueprint heen gebouwd. SADC heeft een goed vooruitziende blik gehad en ook doorgepakt. Toen wij deel gingen uitmaken van de hub, hebben we enkele kleine concessies gedaan, maar die waren niet schadelijk voor de bedrijfsvoering. Nu, door slim om te gaan met vraag en aanbod van energie, hebben wij slechts 10% van de capaciteit nodig die we van tevoren dachten. Dat is echt een voorbeeld voor heel Nederland. Ik hoop dat dat op andere plekken ook ontstaat. In Soest zitten we op een oud, traditioneel en vertakt net. Er zijn te veel verschillende belangen bij gemoeid waardoor het gezamenlijke belang moeilijker te levelen is.
In Hoofddorp hebben we ook een warmte-koudeopslag. We gebruiken de warmte uit de grond, en gebruiken dus slechts een klein beetje gas in de werkplaats. Het is nog niet een veelvoorkomende oplossing voor bedrijfspanden, maar dat zou het wel moeten zijn: je hebt er weinig omkijken naar en veel comfort van. Je hebt ook geen last van de wisselende gasprijzen.
En op het gebied van vervoer?
We hebben zestien vrachtwagenlaadplekken en vier snelladers. We hebben vier elektrische vrachtwagens (trekkertrailers, met een losse bak), en er komen er nog drie bij. Hiervoor maken we gebruik van de AanZET-subsidie. Elke wagen gaat ongeveer zeven jaar mee. De total cost of ownership, oftewel: de volledige kosten zo lang als dat de wagen mee gaat, is vergelijkbaar met een diesel vrachtwagen. Er is dus geen reden om niet over te gaan op elektrisch. We hoeven geen voorloper te zijn, maar willen wel vernieuwend blijven.
De overgang naar elektrische vrachtwagens ging niet zonder slag of stoot. Ten eerste is in je keuze van wagen de actieradius essentieel. Als je tussendoor moet stilstaan en laden, verlies je productiviteit. Maar die ontwikkelingen gaan ontzettend snel. Onderhand hebben onze wagens een goede actieradius.
Daarnaast is het voor chauffeurs wennen. Er was eerst wel weerstand: “Elektrisch rijden? Dat doe ik wel in een botsauto op de kermis”. Een vrachtwagen rijden is ook een beleving: het gebrom, het voelt gewoon stoerder. Ik begrijp dat. Maar uiteindelijk zien we dat de elektrische wagens wel meer comfort bieden, waardoor veel chauffeurs ook wel snel om zijn. Zo is het elektrisch rijden veel stiller en rustiger.
Je moet wel anders leren rijden, zeker als je slim om wilt gaan met de accu. Chauffeurs krijgen een halve dag cursus van de leverancier. Op de snelweg verbruiken de wagens veel meer dan op korte stukken; tijdens het afremmen laden de wagens zichzelf op. Als je er goed mee leert rijden, dan zie je dat je energieverbruik substantieel lager wordt, en dat luistert nauwer dan met een dieselwagen. Wij rijden met zo'n 50 ton ook relatief zwaar.
We trachten zoveel mogelijk op retour te rijden: dus zoveel mogelijk in de buurt van een afleverlocatie weer iets ophalen om mee terug te nemen. Dit scheelt ook in uitstoot.
Is de overstap naar elektrisch uiteindelijk tegen- of meegevallen?
Ik had gedacht dat de onderhoudskosten hoger zouden zijn. Dat valt echt ontzettend mee. Wat me ook echt meevalt, is de lol die toch wel veel chauffeurs erin hebben om elektrisch te gaan rijden. Chauffeurs enthousiasmeren elkaar ook.
We kijken nu ook naar elektrische kranen en shovels. Idealiter, werken we uiteindelijk meer met lopende banden, zodat we grotere volumes maar minder afstand afleggen, en dus ook minder machines en vervoer nodig hebben.
“Bedrijfsvoeringtechnisch moet je gewoon die elektrificatie op.”
Heb je nog tips voor andere ondernemers?
Kan je het geld bij elkaar krijgen en daarnaast het vermogen, eventueel met een accu ertussen zodat je 's nachts kan ontladen en overdag kan laden? Twijfel dan niet te lang, maar ga ervoor. Het is niet of, maar wanneer ga je over.
Kijk ook bewust naar je processen. Wat gaat er goed, wat kan beter? Je kan afkijken bij andere bedrijven.
Als je expliciet keuzes maakt in je bedrijf, dan gaat het bij mensen in de genen zitten. Ik wil niet elke dag uitleggen dat het weer zo moet. Het moet gaan leven onder de mensen.
“Als je overal bewust over na moet gaan denken dan gebeurt het toch niet.”